Politieke kleur speelt geen rol op gemeentelijk vlak

Tooggesprek met Hugo Nuitten en Danny Suffys
do, 21/09/2017 - 17:47
Dominique Dehaene, Micheline Sandelé, Jan Breyne

TOOGGESPREK MET PIET CANDEEL

“Ik heb geen politieke kleur en voor mij speelt dat op gemeentelijk vlak ook geen rol”. Met deze opener wisten wij al onmiddellijk dat Piet Candeel van plan was om ons een objectief oordeel te geven over het Iepers bestuur en ons niet naar de mond te praten. Piet is professioneel al 33 jaar verbonden aan Barco te Kortrijk, maar -als geboren en getogen Ieperling- klopt zijn hart voor Ieper en dat voel je aan alles.

 

ENTHOUSIAST

“Als ik kan ga ik naar de Last Post, volg ik de talrijke activiteiten hier op de voet en ben ik erg geïnteresseerd in alles wat WO1 betreft. Wél jammer dat er niet meer belang wordt gehecht aan wat hier in de Tweede Wereldoorlog is gebeurd met de bevrijding door de Polen. Te Tielt is de herdenking hiervan elk jaar een topgebeurtenis, te Ieper passeert dit geruisloos”.

Maar écht enthousiast wordt Piet als hij het heeft over de evolutie van onze stad in de laatste jaren: “Ieper heeft een immense inhaalbeweging doorgemaakt, op alle vlakken: het Perron, de Neerstad, de Kazematten, … ze tonen dat Ieper ‘lef’ heeft, de durf om iets aan te pakken. Wat hier de laatste jaren gebeurd is, is gewoon immens voor een ‘stadje’. En dan heb ik het nog niet over de initiatieven in het toerisme of de inrichting van de markt en de centrumstraten. Je moet maar eens vergelijken met andere steden, en je ziet het verschil. Hier zit duidelijk een langetermijnvisie achter… ”

Toch vindt hij het wat jammer dat de JOC-kelder uit het centrum is verdwenen: “Dit was iets ‘van onze generatie’, die charme, die geuren, … dat was erfgoed!”. En hij stelt zich vragen bij het Yper Museum-project. “Zal het aanslaan? En moeten wij niet eerder inzetten op het behoud van het WO1-toerisme na 2018? In elk geval mogen wij de rol niet lossen na 2018. Misschien zou er meer visibiliteit en aandacht moeten gaan naar de oorlogsrelicten, die niét in het stadscentrum liggen zoals Hill 60 en 62, … ” Maar hij geeft Yper Museum wel het voordeel van de twijfel.

 

INVESTERINGEN

En Piet wordt lyrisch als hij het heeft over het goede financieel beleid ondanks de gedurfde investeringen . “Alles is goed beredeneerd: dit beleid is een voorbeeld voor Vlaanderen. Ik zie weinig verspilling en er worden geen flaters begaan. Er wordt zorgzaam met het geld van de Ieperling omgegaan en de investeringen gebeuren ten gunste van de burgers. “

De Gevleugeld Stad, dat is toch een schitterend initiatief, en het blijft gratis voor de mensen”, mijmert hij, “en we staan er amper bij stil dat dit ook geld kost. Het Stadsbestuur van Ieper heeft er wat voor over om leven in de stad te brengen…”.

Piet droomt over de toekomst van zijn stad: “Er is nog veel werk op gebied van industrialisatie. Als je op lange termijn geen leegloop wil, dan moet je in economische activiteit investeren. We hebben kansen: er is de A19, we liggen dicht bij de Franse grens, … maar we moeten luider onze troeven bekendmaken.”

En we hebben nogal wat troeven: “De kwaliteit van het leven is hier hoog. De stad is nog erg veilig, het is hier rustig leven en het vreemdelingenthema overheerst hier niet. We zitten in een positieve flow en er is hier altijd wat te doen. Vergelijk gerust met andere steden, die soms veel meer inwoners hebben…. De Ieperse dynamiek is reëel…”

Ons gesprek kabbelt voort, van de hak op de tak. De terrassen komen ter sprake (“wat een discussie!”), de kleinhandel (“richt koopzondagen in!”), het Frans toerisme (“is het geen tijd om in Noord-Frankrijk een nieuwe campagne te voeren?”), zijn liefde voor de stad (“ik kan Ieper nog niet binnenkomen zonder eens over de markt te hebben gepasseerd”) …

Als we hem tenslotte vragen om het stadsbestuur een quotering te geven moet hij niet lang nadenken: “Ik geef met veel enthousiasme een 9 op 10. We zien hier een goede combinatie van visie en goed bestuur…”

 

Aan dit tooggesprek namen, naast Piet, ook deel: Dominiek Dehaene, Micheline Sandelé en Jan Breyne